Niet gehad, niet gewild, niet gekund

Over Nu ben ik Medea van Khadija El Kharraz Alami

Khadija El Kharraz Alami studeerde in 2014 af aan de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten en richtte samen met Scarlet Tummers het collectief Le Mouton Noir op. Haar werk is vaak autobiografisch en toont de mens op zoek naar zijn identiteit. Naast haar eigen leven en relaties vormen de Griekse tragedies een van haar belangrijkste inspiratiebronnen.

Besluiteloos en licht geamuseerd, onderuitgezakt op een stoel, staart Khadija El Kharraz Alami haar publiek aan, omringd door drie verplaatsbare barres (de houten leuningen waaraan balletdansers stretchen en zich opwarmen). Waarom die er staan zal later duidelijk worden.

“Ik weet niet waar ik moet beginnen.” Zo begint ze haar relaas, waarin ze nu weer zichzelf, dan weer Medea speelt. Medea en Khadija vechten om de aandacht in haar hoofd. Waar ze begint maakt niet zoveel uit. Het beginnen zelf is al moeilijk genoeg.

Medea, geraakt door een pijl van Eros, hopeloos verliefd op Jason, voor wie ze haar vader verraadt en haar broer en haar zonen vermoordt. Jason, die haar na al haar opofferingen verraadt. Medea, geen vrouw zo gehaat door de goden en de mensen. Medea, een wild beest, een leeuwin, maar niet te kwetsen.

Khadija, opgegroeid onderaan de samenleving,“in de laagste klasse”, zoals ze het onverbloemd benoemt; een kindertijd van geschreeuw en voedselbonnen, van Disneyfilms en een afwezige vader, van niets te kiezen hebben. Khadija, die denkt bevrijding te vinden in de toneelschool, maar daar vooral witte mannen vindt die haar vertellen hoe ze haar eigen verhaal moet vertellen. Khadija, geboren in Amsterdam, die antwoorden moet op vragen als: “Waar kom je vandaan?” en “Heb je het naar je zin in Nederland?”. Khadija, die ballerina wil worden, maar dat niet mag.

In een brutaal en eerlijk spel met het publiek gaat de performer de confrontatie aan. Hier bepaalt zij wat er gebeurt, hier beslist zij wat gezegd en gedaan moet worden. Toeschouwers worden gedwongen deelnemers te zijn, of ze zich daar ongemakkelijk bij voelen of niet.“Ik hou van confrontatie, daar ben ik mee opgegroeid.”

Medea’s geliefde Jason schittert door afwezigheid, in de vorm van een lege stoel op de eerste rij. Medea/Khadija roept hem aan, smeekt hem haar te zien, haar te beschermen, er te zijn. Allebei zijn ze bang om verlaten te worden. Allebei zoeken ze liefde. Allebei worden ze verraden. De ultieme en meest tragische parallel tussen beide wordt pas duidelijk aan het bittere einde.

Khadija El Kharraz Alami is een rasperformer die haar publiek open en bloot uitdaagt, confronteert, prikkelt en bij het nekvel grijpt om niet meer los te laten.

VANDAAG EN ZA 4/8 19U30 ATHENEUM

Tekst: Bieke Purnelle
Foto: Leontien Allemeersch