De vissershaven / The fishing port

Dagboek van Rope: dag 4 / Diary of Rope: day 4

Hallo,

Ik voelde heel het verzamelde verdriet van deze plek: de Oosteroever. De vroegere vissershaven moet er langzaam plaats maken voor luxe appartementen, de Coucke torens zeggen ze hier. Willy, een reder, heeft ons rondgeleid. Hij bracht ons naar het café van Marie, Café Végé, dat na 58 jaar de deuren sluit. Het pand wordt gesloopt. Samen met alle verhalen van de vissers die in de muren liggen besloten. We dronken er bier en koffie, samen met Krul, Willy, Maurice en Marie. Willy koopt oude boten op om ze te beschermen tegen de sloop. Omdat ze mooi en waardevol zijn en deel van het historisch erfgoed van deze plek. Willy vecht voor een wereld die vergaat. Voor deze wereld die vergaat.

Hello,

I could feel the collective sorrow of this place: the Oosteroever. Gradually the old fishing port has to make place for luxury apartments, the ‘Coucke torens’, they call it here. Willy, a ship owner, gave us a tour. He took us to the Marie’s café, Café Végé, which is closing its doors after 58 years. The property is being demolished, along with all the fishermen’s stories that lie within those walls. We drank beer and coffee there, with Krul, Willy, Maurice, and Marie. Willy buys old boats to protect them from being demolished. Because they are beautiful and valuable and part of the heritage of this place. Willy fights for a dying world. For this dying world.

Twee huizen verder was het Compas, een winkel die touwen en scheepsattributen verkoopt. Het Compas verdwijnt in 2020. 'Ik heb nog een ruimte hier achteraan', zei de winkelmevrouw. 'Het magazijn, misschien is dit interessant, daar stockeren we onze touwen, allemaal op rol in alle kleuren en formaten.' Er lag alles bij elkaar 14.478 meter touw. Touwen weten van elkaar onmiddellijk hoe lang ze zijn. Het was een wild weerzien. Alles is er gezegd! Kleine touwen praten onophoudelijk, zoals de zee, maar zeggen nooit hetzelfde woord. Ze praten tot alle woorden zijn opgebruikt, en dan beginnen ze na een lange zucht opnieuw. Alsof ze hun hele lengte af-praten. 'Jullie gaan weg!', riep ik tussen hun getater door. 'Jullie gaan weg! Iedereen praat hier over dat er wordt weggegaan, over vissers die niet meer mogen vissen en over termijnen van weggaan die korter worden.' Het verzamelde verdriet van deze plek, van Marieke die treurde om haar gestorven man. Van het verdriet van het verdriet van het verdriet. Ik zag buiten een vissersboot, kroop er in gedachte naartoe en voer ermee weg.

Two houses down the street there was ‘het Compas’, a shop that sells ropes and boat attributes. Het Compas will disappear in 2020. ‘I have another space here at the back’, said the shop lady. ‘The stockroom, maybe this is interesting, we stock all our ropes there, all on a roll, in all colours and sizes.’ All together there was 14,478 meters of rope. Ropes immediately know from one another how long they are. It was a wild reunion. Everything was said there! Little ropes talk non-stop, just like the sea, but they never say the same word twice. They talk until all words have been used, and then, after a long sigh, they start over. As if they talk through their whole length. ‘You’re leaving!’ I screamed in between their jabbering, ‘You’re leaving! Everyone’s been talking about leaving, about fishermen who can’t fish anymore and about periods of leaving that are getting shorter.’ The collective sorrow of this place, of Marieke who mourns her dead husband. Of the sorrow of the sorrow of the sorrow.

In de namiddag lag ik op het Wapenplein. In het hart van de winkelcentra. We wisten niet echt wat we zouden doen. Na de omgeving verkend te hebben besloten we 30 mensen bij elkaar te zoeken en de hele Kapellestraat af te lopen. Het was braderie en de straat zag zwart van het volk. Na een 10-tal minuten zat ik vol mensen. Ief, Sietse en Senne legden uit op wie ze zaten en vroegen mensen om te helpen dragen. Na 20 minuten hadden we genoeg mensen verzameld. Ief verspreidde de mensen en maande de kopman aan te vertrekken. Opgetild worden is als vallen. We waren niet met heel veel, je weet nooit of het lukt. Je komt los van de grond, en dat is het moment van de val. En plots zweef je boven de grond en wandel je tussen een zee van mensen. Ik heb nog nooit zoveel ogen gezien. Ogen van mensen maar ook ogen van dingen in winkels. Koopdingen met een prijs die duidelijk weten waar ze voor dienen. Alle ogen van de mensen en de dingen die me aanstaarden vroegen één ding: 'wat ben jij?' Ik wilde dat ik mijn ogen kon sluiten maar ik heb geen ogen om te sluiten, ik ben gedoemd om altijd te zien. Een halve kilometer + 60 meter lang moest ik door deze wereld van vragende ogen. Het voelde als een boetedoening. Op het einde van de Kapellestraat liet Ief de kopman in een spiraal lopen, zodat ik op een hoopje bij elkaar werd gelegd. Ik kroop terug in mezelf en dacht aan Marie, aan Willy, Maurice en aan Krul.

Rope

In the afternoon I was lying on the Wapenplein. At the heart of the shopping centers. We didn’t really know what we would do. After exploring the area we decided to collect 30 people and walk down the entire Kappelestraat. There was a fair and the street was filled with people. After about ten minutes I was full of people. Ief, Sietse, and Senne explained who they were sitting on and asked people to help carry me. After 20 minutes we had collected enough people. Ief let the people spread out and urged the front man to start walking. Being lifted up feels an awful lot like falling. There weren’t many of us, you never know if you’ll succeed. You come off the ground, and that is the moment of falling. And suddenly you’re floating above the ground and you’re walking in a sea of people. I have never seen so many eyes before. Eyes of people but also eyes of things in the stores. Sales items with a price, knowing exactly what they’re meant for. All eyes of the people and things staring at me asked one thing only: ‘What are you?’ I wished I could close my eyes, but I don’t have any eyes to close, I am doomed to always see. Half a kilometer, being 60 meters long, I had to go through this world of curious eyes. It felt like a penance. At the end of the Kapellestraat Ief made the front man walk in a spiral, so I would end up in a nice round heap. I crawled back within myself and thought of Marie, and of Willy, Maurice, and of Krul.

Rope