“Ik mag geen ‘neen’ zeggen”

Luc Muylaert blikt terug en vooruit

Een doorsnee TAZ-dag begint voor artistiek leider Luc Muylaert om zeven uur. Dan schrijdt hij op geheel muylaertse wijze naar het Leopoldpark om de laatste veiligheidsinstructies door te nemen en een koffie te drinken. Om half acht zakt hij af richting De Grote Post, waar hij zijn mails doorneemt. Op dit moment van de dag zijn dat er doorgaans een zestigtal. Hij beantwoordt ze allemaal. "Als je ze laat liggen, krijg je ze achteraf toch op je kop."

Wat zich daarna ontspint, valt moeilijk in te schatten, maar volgt meestal eenzelfde patroon: eten - babbelen - een "vroegtijdig aperitiefje" drinken - bellen - babbelen - een interview afleggen - babbelen - eten - een glas wijn drinken - ... De absolute voorwaarde voor artistiek leiderschap, is een goed verteringssysteem. "Maar tegen één uur lig ik altijd in mijn bed. Mij ga je nooit tegenkomen in dat verderfelijke oord van Jan Ducheyne - niet omdat ik het veracht, maar omdat ik er niet uit zou kunnen ontsnappen." Hoog tijd voor een proef op de som?

We zijn over de helft. Hoe kijk je terug?

"Wat mij het meest verrast, is de tevredenheid van de mensen, ondanks het slechte weer. Iedereen loopt gelukkig rond en het Familiepark draait als zot. Het was enigszins een stresstest, deze editie, met nieuwe verhoudingen en uitdagingen, maar we hebben hem zeer goed doorstaan."

"Ook een mooi moment om alle medewerkers nog eens uitdrukkelijk te bedanken. We schurken tegen de 450 aan dit jaar: ongelooflijk wat die mensen samen verwezenlijken."

Waar kijk je nog naar uit?

"Graindelavoix speelt vanavond en morgen in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk: da's absoluut mijn ding. Ik hoop dat ik er geraak, maar dat hangt af van het aantal politiekers met wie ik moet babbelen. 't Is mijn job om klaar te staan. Ik mag geen 'neen' zeggen."

En in de verre toekomst, Luc?

"Ik ben nu achttien jaar artistiek leider van TAZ, en ik blijf nog zeker tot 2021. Wie gaat het overpakken? Geen idee. Maar als we pretenderen een festival voor jonge makers te zijn, moet ik niet te lang aanblijven als oude mens. Ik hoop dat ik een opvolger vind. Velen voelen zich geroepen, maar daar blijft het natuurlijk niet bij."

Als het ooit zover is, wie moeten we dan aanschrijven om je afscheidsfeest op te luisteren?

"Wannes Cappelle. Ik mag met gepaste trots zeggen dat ik toch bij zijn wieg stond. Ik heb mij volledig achter die kerel geschaard, en zal dat blijven doen. Die vlieger gaat ook op voor de zussen Van den Eede, trouwens. Hoe zij - en schrijf het maar zo neer, zun - hun vader overstijgen... Ongelooflijk!"

Zijn er naast mensen ook specifieke ruimtes die je een warm hart toedraagt?

"De Post, natuurlijk. En dan vooral zoals die er voor de grote omwenteling uitzag. Als ik terugdenk aan wat hier allemaal is verzet in de loop der jaren... Ik herinner me een tribune die moest worden binnengedragen. Ik heb mijn hele familie uit Aalst opgetrommeld om te komen helpen; ze zijn allemaal afgekomen en zijn gebleven tot het af was, om vijf uur 's morgens. Dat heeft mij wreed getoucheerd." (Daan Borloo)