Idwer de la Parra

Poƫziedebuutprijs Aan Zee

Idwer de la Parra beweegt zich in Grond in een kleinere wereld. Of is dat maar schijn? Hij beschrijft zijn wereld van hovenier. Hij leidt de lezer in die heel eigen wereld van natuur, flora, de wisseling van seizoenen, van licht en lucht en diepe donkerte. 

Zoals in Luister

Wat wekt mij deze nacht? Hulst en brem 

zijn niet te onderscheiden, verdwenen 

is de kavelgrens en gras ligt zonder maan 

buiten de omheining. Ademloos elk silhouet. 

Hier schiet ik wortel voor mijn part. 

De la Parra schrijft zeer zintuiglijk en beeldend, wars van pathetiek of zweverigheid. Zijn letterlijk aardse poëzie heeft een weergaloos, natuurlijk ritme, met klanken als magische spreuken. Kornoelje, kragge, ekster, kaardenbol, koningskaars… Het lijkt een soort incantatie. Sommige gedichten klinken bezwerend: gebed en verwijt in één. Veel lijkt ook verzwegen en gaat schuil achter de regels, omgeven door een aura van bekoring en betovering, raadselachtig en geladen. 

Met een verfijnd gevoel voor mot 

Haal ik haar aan en stoot ik af. 

Ik duw haar weg als zij me mist, 

ze noemt me lief, maar meestal laf. 

Van woorden kun je messen maken, 

van lange stilte slijpend staal. 

 

Lees hier het volledige jury verslag Poëziedebuutprijs