Flirten met falen

Dubbelinterview met Bert Luppes en Samira Elagoz

Een dubbelinterview met de Nederlandse acteur en dramadocent Bert Luppes en de Finse, pas afgestudeerde jonge maker Samira Elagoz reduceren tot ‘when student meets teacher’ zou ronduit verkeerd zijn. Opnieuw. Bert Luppes ontmoet Samira Elagoz. Ofwel: stranger meets stranger. Niets nieuws voor Samira. Voor haar beide afstudeerprojecten schudde ze namelijk de hand van honderden onbekende mannen, waarop uiteenlopende conversaties volgden. In dit geval was deTAZette getuige van een interessante gedachtewisseling over confrontatie en failure.

Samira steekt van wal met een verhaal: over hoe ze haar dansdromen opborg en monteren en performance haar interesse wekten. Ze gaat dieper in op hoe ze tijdens een korte dansopleiding een afkeer ontwikkelde voor“everything that is performatively educated” en is verrast wanneer blijkt dat Bert dramadocent is. Maar hij stelt haar onmiddellijk gerust.

Bert Luppes: “Artiesten in opleiding moet je als docent vooral inspireren om hun eigen weg te vinden. Vrijheid en dialoog zijn daarbij voor mij cruciaal. In een opleiding zijn twee krachten aan het werk: onderwezen worden en tegelijk je eigen weg vinden. En die krachten kunnen elkaar soms tegenwerken.”

Samira Elagoz: “Precies dat gevoel had ik tijdens mijn opleiding. Vaak wist ik sneller wat ik niet dan wel wilde maken. Negatieve invloeden of indrukken zijn voor mij effectiever dan positieve.” 

BL: “Dat is ook een onderdeel van lesgeven. Mijn studenten gaan vaak niet akkoord met wat ik zeg of doe, maar dat is evengoed een deel van hun leerproces.”

SE: “Confrontatie was inderdaad onontbeerlijk in de zoektocht naar mijn eigen stijl. Wacht even, Bert, wat doe je precies?”

BL: “Behalve docent ben ik ook acteur (sinds 2012 is Bert als acteur verbonden aan NTGent, PT). Die combinatie werkt voor mij uitstekend. De studenten die ik overdag coach, komen ’s avonds kijken en zien dat ik het Groene Boekje der Acteurs niet verpersoonlijk. Maar ik hoop dat ze daar even goed uit leren. Ik wil er in ieder geval open over zijn.”

Jullie hadden het daarnet allebei over hoe belangrijk confrontatie is voor jullie werk. Bert, is die confrontatie behalve in je stijl van lesgeven ook in je eigen werk terug te vinden?

BL: “Als ik speel, voel ik vooral een soort strijd in mezelf. Elke artiest heeft dat waarschijnlijk wel, en iedereen zoekt zijn
eigen vorm om dat te communiceren. Trouwens, echt goede performers tonen die strijd op scène niet alleen aan een publiek, maar ook aan zichzelf.” (Samira knikt.)

Hoe belangrijk is het voor jullie om in dat proces zo dicht mogelijk bij jullie eigen werkelijkheid te blijven?

SE: “Grappig. Een acteur zei gisteren nog dat hij in Cock cock ... who’s there? net veel verschillende versies van ‘mijn werkelijkheid’ had gezien. Anyway, voor mij is realiteit essentieel. (denkt na) Natuurlijk gebruik ik een camera als een soort futuristisch oog dat mijn strangers in de gaten houdt tijdens onze ontmoetingen. Sommige onder hen zie ik dan in filmische versies van zichzelf veranderen. Dus misschien creëer ik veeleer een hyperrealiteit. Veel hangt trouwens ook af van hoe je je materiaal kadert. Ik verzamel allerlei ervaringen in een persoonlijk archief, maar veel van dat materiaal heb ik in Cock cock ... who’s there? volledig herschikt. Normaal hebben mensen van 26 niet zo’n archief. Zoiets maak je wanneer je...”

BL: “... wanneer je 61 bent, I know.” (lacht)

Hoe zit het met jouw archief van ideeën en materiaal, Bert?

BL: “Dat heb ik zelf nooit echt aangelegd, omdat ik doorgaans in groepsverband projecten opbouw. Er worden ideeën uitgewisseld, herkauwd en daarna in een nieuwe vorm gegoten. Zo gaat dat: je verzamelt materiaal en daarna werk je aan een structuur.”

SE: “Mijn proces verloopt op een gelijkaardige manier. Wanneer ik strangers ontmoet, ga ik op mijn gevoel af. Alles kan. Pas later in de montagecel kruip ik in de huid van de regisseur.” 

BL: “Op dat moment ben je toch een beetje theater aan het maken, een soort bewerkte dialoog?”

SE: “De werkelijkheid in een bepaald kader zetten vind ik vooral geweldig. Ik beschouw mezelf als een estheet, maar in mijn films zoek ik daarbij zelden mijn toevlucht tot close-ups. Mensen observeren in hun natuurlijke omgeving vind ik nog steeds interessanter.”

BL: “Een natuurlijke omgeving, is dat niet evengoed een decor? Ik probeer je gewoon stiekem wat meer aan de kant van het theater te krijgen...” (lacht)

SE: “Het is gek. In het begin van mijn opleiding was het mijn doel eigenlijk een filmisch theaterstuk maken. Een irreële, onaantastbare fantasiewereld in een fiction bubble. En dan doe ik in mijn films met rauwe, realistische beelden het compleet tegenovergestelde. Dus ja, ooit keer ik misschien wel terug naar het medium theater.”

Klinkt als een mooi toekomstplan. Bert, hoe ziet jouw seizoen eruit?

BL: “Binnenkort ga ik bij NTGent aan de slag met een Zwitserse documentaire over een lichaam dat al 28 maanden ligt te vergaan in een donkere flat waar enkel de tv oplicht. Twee maanden geleden zaten we voor het eerst samen met de regisseur, Florian Fischer. Het ging toen vooral over de dood en over hoe onze levens soms té georganiseerd zijn. Voor de rest is er nog geen tekst, geen script. Ik weet zelfs nog niet in de huid van welk personage ik ga kruipen.”

SE: “Klinkt heel spannend: niet weten waar iets zal eindigen – en daaraan gekoppeld de kans dat iets kan mislukken. Zo werk ik ook het liefst op dit moment. Constant flirten met failure.”

BL: “Dat is net zo belangrijk. Het is een van de eerste dingen die ik tegen mijn studenten zeg. Probeer te mislukken. En maak stukken voor jezelf, zonder onmiddellijk op zoek te gaan naar wat ‘werkt’ en wat niet. Soms boeien dingen die ‘niet werken’ mij gewoon nog het meest.”

SE: “Eigenlijk had ik graag eens je feedback gehoord. Guess I’ll have to book you a ticket, Bert!” (PT)